Vogels ringen


Geschiedenis

Vaststellingen dat bepaalde vogelsoorten in de zomer wel en in de winter niet (of omgekeerd) aanwezig waren hebben geleid tot ongelooflijke veronderstellingen. Zwaluwen zouden zich in de winter in de modder verbergen, koekoeken veranderden tegen de winter in Sperwers, …
Pas in de 19° eeuw besefte men dat vogels heen en weer trokken. De wil deze trekroutes te ontrafelen leidde tot het merken van vogels. Vanaf 1899 begon de Deen Hans C. Mortensen op grote schaal vogels te merken d.m.v. het aanleggen van een metalen ring - met uniek herkenningsnummer – aan de vogelpoot. Deze techniek werd snel overgenomen en in vele landen ontstonden ringcentrales. Begin 20° eeuw werd ook in België gestart met het ringonderzoek: een onderzoeksmethode gebaseerd op het individueel merken van vogels d.m.v. een metalen ring.

Doel

Ringonderzoek is een methode om vogels te merken. Voor wetenschappelijk onderzoek gebruikt men deze methode om allerlei vragen te beantwoorden, nl : voor onderzoek naar trekgewoonten, leeftijdsopbouw en jaarlijkse sterfte, voor het beschrijven van vogels en als hulpmiddel bij oriëntatieonderzoek.

Risico’s


Het vangen en ringen van vogels is geen vanzelfsprekendheid, zeker niet voor de vogel. Mogelijke negatieve effecten van de ring om de poot zijn moeilijk in te schatten. Om de stress bij de vogel te beperken dienen gevangen vogels zo spoedig mogelijk gelost te worden. Het ringen van nestjongen is een zeer belangrijk onderdeel, want alleen van deze vogels zijn leeftijd en geboorteplaats exact gekend. De kans op verstoring is echter reëel, zodat uiterst voorzichtig gehandeld moet worden.

Organisatie

Euring
In 1963 werd "The European union for Bird Ringing – EURING – opgericht met het oog op samenwerking en standarisatie van het ringwerk in Europa. EURING besloot ook een centrale databank aan te leggen voor alle terugmeldingen. Europees worden jaarlijks door 10.000 medewerkers zo’n 4.000.000 vogels geringd en een 100.000 terugmeldingen verricht. De terugmeldingen verschillen per soort: minder dan 1% van de kleine zangvogels, meer dan 50% van de geringde ooievaars, worden teruggemeld. Het geheel van handelingen dat onder de noemer "ringwerk" ressorteert wordt per land georganiseerd door de ringcentrales, waar ook het verwerken van de gegevens en het bijhouden van databanken gebeurt.

België
Het ringwerk wordt in België georganiseerd vanuit het Kon. Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen, Vautierstraat 29 1040 Brussel.
Door ongeveer 375 ringers worden elk jaar zo’n 500.000 vogels geringd. De medewerkers beschikken hetzij over een "nestvergunning", waarbij enkel nestjongen mogen geringd worden, hetzij over een "vangvergunning", waarbij ook vangtuigen kunnen/mogen opgesteld worden. De medewerkers zijn vnl. vrijwilligers die zelf de kosten dragen. Ringen zijn gratis. In zuid West-Vlaanderen zijn de werkgroepen 39 (Menen) en 40 (Kortrijk) actief.

Ringen

Ringen zijn vervaardigd uit aluminium of een legering van aluminium en magnesium. Het gewicht van de ring is verwaarloosbaar ten opzichte van het gewicht van de vogel: zo weegt de ring voor een zwartkop (0,04 gr) slechts 0,2% van het gewicht van de vogel zelf. Kleurringen zijn meestal het gevolg van een project. Door de ervaring van de ringcentrale weet deze meestal wel wie de administrateur van zo’n kleurring (of halsband-)project is.

Enkele interessante links

1: Euring: www.euring.org o.a. alle contactadressen van ringcentrales, een goed artikel "Bird Ringing in Science and Environmental Management", interessante links, newsletters en andere informatie.

2: Kon. Belgisch Instituut voor Natuurwetenschappen: www.natuurwetenschappen.be Mail naar Walter.Roggeman@natuurwetenschappen.be voor melding geringde vogel.

3: Bird links to the world: www.bsc-eoc.org/links/links.jsp

4: The Bird Ringing and Banding Search Engine: www.birdsinthe.net

5. Nederlandse ringstations: www.vogeltrekstation.nl

6. Vogelonderzoek Nederland: www.sovon.nl

7. Kleurringen, de site van Dirk Raes: www.cr-birding.be